Van nornen of nornir tot völva .

Nog te bewerken of te verduidelijken onderwerpen

  • Vala
  • Norna gest

De völva

Vaak wordt er een vergelijking gemaakt tussen een norne en een völva maar deze twee begrippen zijn echter compleet verschillend . Wat een norne doet of betekend is nu ondertussen wel duidelijk . Er zijn misschien wel raakvlakken maar dat is dan ook een toeval . Beiden zijn vrouwelijk alhoewel een völva ook mannelijk kan zijn , maar dit kwam niet veel voor . Völvas waren degenen die de kennis en kunde bezaten omtrent seiðr, spá en galdr, praktijken waar sjamanisme, hekserij, profetie en andere vormen van autochtone magie aan te pas kwamen . Völva zou betekenen , staf drager aangezien dat Seiðr had met name bij de mannen op zeker moment de connotatie van ergi (spottende term die verwijfdheid of niet mannelijk gedrag aangeven), al waren er ook wel mannelijke heksen.De reden dat vele mensen deze twee begrippen door elkaar halen is , dat als zieneres , was de völva een sjamanka die in trance liederen zong, bezweringen uitsprak en het lot voorspelde van de aanwezigen. Ze zou zowel het verleden als de toekomst kunnen verklaren. Maar ze konden er niets over beslissen of bepalen zoals de nornen doen . Voorbeelden van völvas in de oude teksten zijn , de zieneres Heiðr in de Völuspá hin skamma en Völuspá stanza 22 in en Gróa in Svipdagsmál I beter gekend als de Grógaldr .

Völuspá is het eerste gedicht in de Poëtische Edda en gaat over een gesprek tussen een niet bij naam genoemde völva en Odin , de Alvader . De vertaling van völuspá is dan ook de profetie van de völva of de profetie van de zieneres . De völva vertelt over de oorsprong (Ginnungagap ) en het eindigen van de wereld ( Ragnarök) . Een völva had dan ook veel aanzien zoals kan worden aangetoond uit historische en mythologische bewijzen . Ze werden ook vaak aanzien , terwijl ze menselijk waren , als rechtstreekse afstammelingen van de Jötun , net als de goden .Daarom gingen de goden soms zelf te rade bij de völva’s . Daarvan zijn er paar bewijzen in de volgende teksten : völuspá , svipdagsmál I ,baldrs draumar , hyndluljóð .

In alle bevolkingsgroepen van de Germaanse religies zijn er soortgelijke getuigenissen van völva’s , maar dan onder een andere naam of gewoon vernoemd als een zieneres . Waarvan de vroegste geschriften al dateren van in de Romeinse en Griekse tijd . Strabo een Griekse historicus en filosoof geboren in 64 vc schrijft in zijn werk Geographika boek 7 , hoofdstuk 2 vers 3 het volgende ,

ἔθοςδέτιτῶνΚίμβρωνδιηγοῦνταιτοιοῦτον,ὅτιταῖςγυναιξὶναὐτῶνσυστρατευούσαιςπαρηκολούθουνπρομάντειςἱέρειαιπολιότριχες, λευχείμονες, καρπασίναςἐφαπτίδαςἐπιπεπορπημέναι, ζῶσμαχαλκοῦνἔχουσαι, γυμνόποδες: τοῖςοὖναἰχμαλώτοιςδιὰτοῦστρατοπέδουσυνήντωνξιφήρεις, καταστέψασαιδ᾽αὐτοὺςἦγονἐπὶκρατῆραχαλκοῦνὅσονἀμφορέωνεἴκοσιν: εἶχονδὲἀναβάθραν, ἣνἀναβᾶσα ... ὑπερπετὴςτοῦλέβητοςἐλαιμοτόμειἕκαστονμετεωρισθέντα: ἐκδὲτοῦπροχεομένουαἵματοςεἰςτὸνκρατῆραμαντείαντινὰἐποιοῦντο, ἄλλαιδὲδιασχίσασαιἐσπλάγχνευονἀναφθεγγόμεναινίκηντοῖςοἰκείοις. ἐνδὲτοῖςἀγῶσινἔτυπτοντὰςβύρσαςτὰςπεριτεταμέναςτοῖςγέρροιςτῶνἁρμαμαξῶν, ὥστ᾽ἀποτελεῖσθαιψόφονἐξαίσιον.

Bron 

Begrijp je er niets van ? Ik ook niet lol , het is een klein grapje . Dit is de vertaling

Schrijvers melden een gebruik van de Cimbri in die zin: hun vrouwen, die hen zouden vergezellen op hun expedities, werden bijgewoond door priesteressen die zieners waren; deze waren grijsharig, in het wit gekleed, met vlasmantels vastgemaakt met gespen, omgord met bronsgordels en op blote voeten; nu met het zwaard in de hand zouden deze priesteressen de krijgsgevangenen in het hele kamp ontmoeten, en nadat ze hen eerst met kransen hadden gekroond, zouden ze hen naar een koperen vat van ongeveer twintig amforen leiden; en ze hadden een verhoogd platform dat de priesteres zou beklimmen,en vervolgens bukte zich over de ketel en sneed de keel van elke gevangene door nadat hij was opgetild; en uit het bloed dat in het vat stroomde, zouden sommige priesteressen een profetie ontlokken, terwijl weer anderen het lichaam zouden open splijten en uit een inspectie van de ingewanden een profetie van overwinning voor hun eigen volk zouden uitspreken; en tijdens de gevechten sloegen ze op de huiden die over de rieten lichamen van de wagens waren gespannen en produceerden op deze manier een onaards geluid.

Geographika 7.2.3

In zijn boek Commentarii de Bello Gallico of Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië schrijft Julius Caesar tussen 50 vc tot 40 vc over de oorlog in Gallië in boek 1 hoofdstuk 50 het volgende ;

50.              
Den volgenden dag rukte Caesar naar zijn gewoonte uit beide legerplaatsen met zijn troepen uit, stelde ze op een kleinen afstand van het grootere kamp op in slagorde en bood den vijand een slag aan. Toen hij den vijand ook thans niet zag te voorschijn komen, 
voerde hij zijn leger omtrent den middag naar de legerplaats terug. 
Nu eerst zond Ariovistus een deel zijner troepen, om de kleine legerplaats aan te vallen. Van beide zijden werd er heftig tot den avond gevochten. Met zonsondergang voerde Ariovistus, na groote verliezen beiderzijds, zijn troepen in het legerkamp terug. Caesar vorschte bij krijgsgevangenen naar de reden, waarom Ariovistus een beslissenden slag vermeed, en vernam als oorzaak daarvan, dat het bij de Germanen gewoonte was, dat hun vrouwen door het lot en door waarzeggingen verkondigden, of het voordeelig was slag te leveren of niet, en deze hadden verklaard, dat, naar den wil der Goden, de Germanen niet konden overwinnen, indien zij vóór de nieuwe maan een slag leverden. 

Vertaling J.J. Doesburg , Amsterdam 1895

Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië 1, 50

Publius Cornelius Tacitus of beter gekend als Tacitus de Romeinse historicus schrijft in zijn werk Historiae over vrouwelijke profeten bij de Germaanse stammen over Veleda .

61.
Munius Lupercus, één van de Romeinse bevelhebbers, werd onder andere naar Veleda gestuurd, een maagd van de Bructeraanse stam die een wijdverbreid gezag uitoefende.Het is een oud gebruik in Germania om een ​​aantal vrouwen profetische krachten toe te kennen, en met de groei van bijgeloof ontwikkelen deze zich tot godinnen. Op dit moment was Veleda's invloed op zijn hoogtepunt, want ze had het succes van de Germanen en de vernietiging van de Romeinse leger voorspeld .

Historiae , Het verlies van Germania , 61     

Het niet duidelijk of met Veleda in de tekst een persoon bedoeld wordt, of dat veleda verwees naar een bepaalde klasse van Germaanse heilige vrouwen of zieneressen. Het zou een poging kunnen zijn om het Keltische woord veleta, “zieneres”, weer te geven maar dit lijkt dan weer tegenstrijdig omdat Veleda niet woonde in een gebied met de Keltische taal . Ook is in dit verband dan ook een link gemaakt met de Oudierse fili: een dichtersklasse die de vaardigheid zou bezitten de toekomst te voorspellen .

Verder in zijn geschriften vertelt Tacitus nog over een andere zieneres Aurinia of Albruna in Germania 8 het volgende ,

8.
De traditie zegt dat legers die al wankelden en wijken, werden verzameld door vrouwen die, met ernstige smeekbeden en blootgelegde boezem, hebben levendig de gruwelen van gevangenschap weergegeven, die de Germanen met zo'n grote angst vrezen namens hun vrouwen, dat de sterkste band waarmee een staat kan worden gebonden, het vereiste is om te geven, onder het aantal gijzelaars , maagden van adellijke afkomst. Ze geloven zelfs dat het geslacht een zekere heiligheid en voorkennis heeft, en ze verachten hun raadgevingen niet, en maken hun antwoorden niet licht. In de tijd van Vespasianus zagen we Veleda, lang door velen als een godheid beschouwd. Ook vroeger vereerden ze Aurinia en vele andere vrouwen, maar niet met slaafse vleierijen of met schijnvergoddelijking.

Tacitus,Germania,8

Dus wat deze voorbeelden aantonen dat er al zeker in 50 vc al getuigenissen van ooggetuigen waren en dat het gegeven van de völva’s of zieneressen compleet ingeburgerd was alsook dat het over de gehele regio gebruikelijk was waar de Germaanse volkeren woonden .Wat het volgende schrift dan ook weer aantoont is dat het eigenlijk nog lang in gebruik is gebleven . Dit schrift is van Aḥmad ibn Faḍlān een Arabische moslim uit Bagdad die in de 10 de eeuw (921-922) Vikingen ontmoete (Roes of Rusiyyah ) en daar een tijd mee optrok en ze bestudeerde . In zijn reisverslag aan Abbasid Caliph al-Muqtadir in Bagdad getuigde hij over een offer bij de begrafenis van een gestorven opperhoofd waaruit ook blijkt dat er een völva bij betrokken was .

Een gedetailleerd ooggetuigenverslag van een mensenoffer door wat mogelijk een völva was, werd gegeven door Ahmad ibn Fadlan als onderdeel van zijn verslag van een diplomatieke missie naar Volga, Bulgarije in 921. In zijn beschrijving van de begrafenis van een Scandinavisch opperhoofd, waar een slavin vrijwillig aanbood om met haar meester te sterven. Na tien dagen van festiviteiten wordt ze doodgestoken door een oude vrouw (een soort priesteres die "Engel van de dood" wordt genoemd) en samen met de overledene in zijn boot verbrand .

Ibn Fadlan and the Land of Darkness                   
Arab Travellers in the Far North      

Mocht deze naam je iets zeggen , in de film’ the 13th warrior ‘ uit 1999 zit een karakter die Aḥmad ibn Faḍlān heet en op hem gebaseerd was .

In de Noors /Germaanse gemeenschappen was een völva meestal een oudere vrouw die alle familiebanden had verbroken terwijl deze sterke band in de oudere cultuur normaal de vrouwen omringde . De völva reisde het land rond , meestal gevolgd door enkele jonge mensen en werd vaak geroepen in tijden van crisis . Völva’s hadden vaak een grote invloed en sommigen werden zwaar vergoed voor hun diensten .

Bovendien wilden veel aristocratische vrouwen Freyja dienen en haar vertegenwoordigen in Midgard. Ze trouwden met krijgsheren die Odin als rolmodel hadden, en ze vestigden zich in grote zalen die aardse representaties waren van Walhalla. In deze zalen waren prachtige feesten met rituele maaltijden, en de bezoekende stamhoofden kunnen worden vergeleken met de einherjar, de gevallen krijgers die dapper vochten en drankjes kregen van Walkuren.

De taken van de minnaressen waren echter niet beperkt tot het dienen van mede aan bezoekende gasten, maar er werd ook van hen verwacht dat ze deelnamen aan oorlogsvoering door op magische wijze weefwerktuigen te manipuleren wanneer hun echtgenoten in de strijd waren.

Onderzoekers geloven niet langer dat deze vrouwen passief thuis wachtten, en er is bewijs voor hun magische activiteiten zowel in archeologische vondsten als in Oud-Noorse bronnen, zoals de Darraðarljóð , Darra Tharlioth of het lied van de Walkuren .

Terug